Project Description

Eerste generatie ooglaser: PRK en LASEK

PRK en LASEK zijn de technieken die het eerst werden ontwikkeld om de ogen te laseren.  Soms wordt deze techniek om technische en om veiligheidsredenen verkozen boven andere technieken; dit hangt af van de metingen die op voorhand gebeuren bij de oogarts. PRK en LASEK zijn zogenoemde ‘surface ablation’ technieken: hierbij gaat de laser zeer oppervlakkig werken op het hoornvlies, terwijl dit bij de andere technieken dieper in het hoornvlies gebeurt. Het voordeel van dit oppervlakkig te doen, is dat er (in vergelijking met LASIK) minder weefsel wordt veranderd, en er dus een steviger hoornvlies achterblijft. We gaan dit dus verkiezen wanneer we weten dat het hoornvlies al op voorhand aan de dunne kant is.  Ook bij bepaalde hobby’s of beroepen kan het zijn dat we liever geen hoornvliesflap hebben zoals bij LASIK: hier zou (in theorie) een zware klap op het oog het flapje wat kunnen verplaatsen. Politieagenten of militairen gaan we dus bij voorkeur met een oppervlaktetechniek gaan behandelen, zodat ook bij eventuele trauma’s dit zeker geen problemen kan opleveren.

Nauwkeurig

Onze laser van Carl Zeiss is van de laatste generatie, voor de best mogelijke resultaten

Tijdens de ingreep is er continu eyetracking, zodat de laser elke laserpuls perfect juist kan plaatsen

Veilig

Kan ook veilig bij een dunner hoornvlies worden toegepast

Gecontroleerd

Onze lasertracker controleert 500 keer per seconde de positie van het oog, en past zijn behandeling hier op aan.

Tragere genezing

Na 72u verdwijnt de irritatie en het branderig gevoel

Tragere recuperatie

De eerste week is het zicht na LASEK of PRK duidelijk minder goed. Nadien is het zicht al 7 a 8/10, en wordt het de weken erna perfect.

Hoe wordt deze techniek uitgevoerd?

Eerst wordt het meest oppervlakkige laagje van het hoornvlies (het epitheel) verwijderd. Bij PRK wordt dit met tetracaïne losgeweekt en verwijderd, bij LASEK wordt dit met een lichte alcoholoplossing gedaan. Bij LASEK kan dan soms dit laagje opzij worden geschoven, om dan op het eind van de ingreep weer het hoornvlies mee te bedekken. Daarna zal de MEL90 excimerlaser van Carl Zeiss zeer nauwkeurig de correctie in het hoornvlies laseren. Daarna gaan we (afhankelijk van de grootte van de correctie en de chirurg) mitomycine aanbrengen zodat de genezing verloopt zonder vorming van littekenweefsel. Vervolgens gaan we een beschermende contactlens in het oog plaatsen. Deze lens heeft geen sterkte, maar zorgt voor bescherming de eerste dagen na de ingreep, en zorgt ervoor dat je minder last zal hebben.

Wat zal ik merken de eerste dagen na de ingreep?

De eerste paar uur na de ingreep merken we dat de meesten een forse irritatie hebben. Nadien verbetert dit, maar de eerste drie dagen zal er toch frequent een branderig gevoel zijn, en irritatie. Dit is omdat het oppervlakkig wondje dat de laser gemaakt heeft moet genezen. Meestal merken we dat de derde dag de lastigste dag is, omdat dan het wondje bijna dicht is en dit duidelijk gevoelig is. Het zicht zal de eerste week (en zeker de eerste drie a vier dagen) wazig zijn. Na een week kan je normaal gezien terug met de auto rijden en terug aan het werk.

Wat zijn de risico’s van de ingreep?

De risico’s van dergelijke ingreep zijn klein. Ook hier is het voornaamste risico dat van over- of ondercorrectie. Dat risico is minder dan 2%, en dan kunnen we nog beslissen om eventueel bij te laseren. De verdere risico’s zijn zeer klein: er is een risico van infectie (<1/3.000), haze vorming of oogdrukstijging.

Verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid

Net na een ooglaserbehandeling zien we bij ongeveer 5 % van de behandelde patiënten lichtflitsen (starbursting) of halo’s en dit vooral ’s nachts. Dit fenomeen verdwijnt bij de meeste patiënten op enkele maanden tijd.
Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een wijde pupil. Om deze redenen kan uw oogarts u soms deze ingreep afraden, als hij meent dat u te grote pupillen heeft.
Vermindering van de contrastgevoeligheid kan soms de reden zijn dat patiënten vinden dat ze ’s nachts minder goed zien dan vroeger. Hierbij is er een verminderde gevoeligheid van het oog voor licht in minder goede lichtomstandigheden. Beide fenomenen, verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid, komen meer voor bij patiënten met grotere afwijkingen en met grotere pupilopening. Met de nieuwste lasers, zoals de MEL 90, kan men echter grotere afwijkingen behandelen zonder het risico op deze nevenwerkingen te verhogen, dankzij de geavanceerde ablatieprofielen waarvan de laser gebruik maakt.

Verlies aan best mogelijke visus
Na een ooglaserbehandeling kan de best mogelijke gezichtsscherpte wat gedaald zijn. Dit wil zeggen dat men bijvoorbeeld iets dichter bij de borden op de autoweg moet komen om de tekst te kunnen lezen. Meestal gaat het slechts om een kleine daling in de gezichtsscherpte, die de patiënt weinig last berokkend. Dit komt voor bij 1 % van de behandelingen.

Infecties
Dikwijls denken de patiënten dat dit de meest voorkomende complicatie is. In werkelijkheid is de kans op infectie zeer klein. Statistisch is dit 1 op 5000. In vergelijking: mensen met zachte contactlenzen hebben een kans van 1 op 3000 en dit elk jaar opnieuw. Ernstige contactlensinfectie kunnen blijvende schade aan het hoornvlies hebben tot gevolg. Bij autorijden hebt u een statistische kans van 1 op 150 op een ongeluk en dit ook elk jaar opnieuw.
Het risico moet dan ook niet overdreven worden, maar men mag het lot dan ook niet uitdagen. De patiënt dient zich nauwgezet aan de instructies van de behandelende geneesheer te houden. Men dient de antibioticadruppels na de operatie in te druppelen, men mag gedurende een drietal weken niet wrijven in de ogen, men mag niet gaan zwemmen gedurende een zelfde periode. Indien men toch een rood oog zou krijgen, dient zo snel mogelijk de behandelende oogarts geraadpleegd te worden.

Droge ogen
Na een ooglaserbehandeling is de tranenfilm dikwijls wat verstoord, zodat het oog onvoldoende bevochtigd wordt. Dit geeft aanleiding tot een schurend gevoel, met mogelijks wat minder goede zicht. Dit houdt meestal slechts enkele weken aan, waarna de tranenfilm zich weer hersteld. Om deze reden wordt de patiënt aangeraden in de beginperiode na de ingreep, veelvuldig kunsttranen te druppelen.

Haze (PRK)
Het enige grote nadeel van de photorefractieve keratectomie is de mogelijkheid op haze of littekenreactie op het gelaserde oppervlak. Haze komt in principe in meer of mindere mate voor na elke PRK ingreep, maar is frequenter bij behandeling van grotere afwijkingen.
Haze schijnt heden ten dage minder frequent voor te komen door de betere lasers, het gebruik van de LASEK en/of epi-lasik techniek en het eventuele gebruik van medicatie die littekenvorming remt.
Bij de meeste patiënten stelt deze littekenreactie geen groot probleem en verdwijnt ze vanzelf. Sommige patiënten moeten gedurende enkele weken tot maanden een licht cortisonepreparaat druppelen om de reactie onder controle te krijgen. Belangrijk is dat de patiënten meestal zelf niets merken van deze reactie en hun zicht niet beïnvloed wordt.
Bij een minderheid van de patënten is er echter een uitgesproken littekenreactie die wel het zicht verminderd en meestal samengaat met een regressie van het resultaat ( men wordt terug bijziend of verreziend). In deze gevallen is het soms nodig een heringreep te verrichten om de littekenreactie te verwijderen en het probleem op te lossen.

Ectasie van het hoornvlies
Een ectasie van het hoornvlies wil zeggen dat er een uitstulping ontstaat van het hoornvlies na een ooglaserbehandeling. Dit fenomeen treedt ook op bij mensen die lijden aan keratoconus van het hoornvlies. Dit gaat gepaard met een geleidelijk aan terug bijziend worden en eventueel astigmaat worden. Soms is deze afwijking onregelmatig en gaat ze op dat ogenblik gepaard met een gedaald zicht.
Ectasie treedt meestal op bij patiënten met een dunner hoornvlies en bij patiënten bij wie men grotere behandelingen uitvoert. De chirurg probeert voor de ooglaserbehandeling met de ter beschikking staande technische hulpmiddelen (o.a. corneatopografie) die patiënten uit te sluiten die een risico vormen om deze complicatie te ontwikkelen. Bij sommige patiënten zal men eerder voorstellen om een PRK uit te voeren dan een LASIK, bij anderen eerder een implantlens dan een laseringreep, om deze complicatie te vermijden. Door deze maatregelen is het aantal van deze complicaties reeds spectaculair gedaald, maar het risico is natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten.

Op voorhand gaat de chirurg allemaal overleggen, en uitvoerig onderzoeken om zeker te zijn dat die risico’s zo beperkt mogelijk zijn.

Hoe kan ik deze ingreep vastleggen?

Je kan rechts boven de pagina klikken op “Vind een chirurg”. Daar kan je dan een afspraak maken bij een chirurg in de buurt, die je dan verder zal onderzoeken, begeleiden en de ingreep zal uitvoeren.