Project Description

Tweede generatie ooglaser: Femto LASIK

FemtoLASIK is sinds meer dan 15 jaar de meest uitgevoerde laseringreep wereldwijd. Hierbij kunnen we een snelle recuperatie combineren met een zeer scherp zicht. De ingreep zelf verloopt in 2 stappen: eerst wordt er met de meest nauwkeurige femtosecond laser (de Visumax van Carl Zeiss) een zeer fijn flapje gemaakt in het hoornvlies. Dit flapje is ongeveer 100 micrometer dun, zeer dun dus. Dit flapje wordt dan omgeklapt, en hieronder zal dan een tweede laser de correctie tot op een micrometer nauwkeurig kunnen inlaseren. Dit gebeurt dan met de excimerlaser, de MEL90 van Carl Zeiss. Deze laser is duidelijk nauwkeuriger dan oudere generaties laser, en verbruikt hierbij ook minder weefsel. Het resultaat is dus een hoornvlies dat steviger en stabieler is, wanneer je dit vergelijkt met andere lasers. Als laatste stap wordt het flapje hoornvliesweefsel dan mooi op zijn plaats gelegd, zodat alles ook zeer snel kan genezen. We zien in de praktijk dat de meeste mensen maar een uur of 3 a 4 last hebben van een irriterend gevoel, en daarna zijn ze hier van verlost.

Nauwkeurig

Onze laser van Carl Zeiss is van de laatste generatie, voor de best mogelijke resultaten

Tijdens de ingreep is er continu eyetracking, zodat de laser elke laserpuls perfect juist kan plaatsen

Veilig

Elke stap kunnen we dankzij zeer fijne lasers precies uitvoeren

Gecontroleerd

Onze lasertracker controleert 500 keer per seconde de positie van het oog, en past zijn behandeling hier op aan.

Snelle genezing

Binnen de 24u verdwijnt de irritatie en het branderig gevoel

Snelle recuperatie

FemtoLASIK zorgt voor een snelle recuperatie van het zicht. Vaak is het al binnen de 24u al goed, en wordt het de weken erna nog beter.

Wie komt in aanmerking voor Femtolasik?

Zowel een heel snelle recuperatie als een heel nauwkeurig resultaat zijn de voornaamste redenen waarom velen voor dit type van laser kiezen.  We zien wel dat niet iedereen hiervoor in aanmerking komt. Hiervoor dien je je eerst te laten onderzoeken bij één van onze oogchirurgen (zie rechtsboven “vind een chirurg”). Hij zal dan kijken of dit bij jou kan toegepast worden:

  • Je hoornvlies moet voldoende stevig en dik zijn. Er bestaat (zeer zeldzaam) een mogelijkheid dat het hoornvlies na de laser te dun wordt, en hierdoor is verzwakt. Dit gaan we vermijden door op voorhand je hoornvlies te scannen.
  • Je ogen mogen niet te droog zijn. We weten dat een 40% van de patienten met deze techniek tijdelijk wat drogere ogen krijgt. Dit kan je dan oplossen door kunsttranen te druppelen. Een klein deel kan echter blijvend droge ogen krijgen, en dat willen we natuurlijk zeker vermijden. Daarom wordt de kwaliteit van de tranen nagekeken, en indien dit niet goed genoeg is kom je hiervoor niet in aanmerking.
  • Je correctie moet stabiel zijn. Volgens de studies zien we dat iemand die twee jaar stabiel is, normaal gezien ook stabiel blijft en dus gelaserd kan worden.

Wat zijn de mogelijke risico’s?

  • Het voornaamste risico is dat van een over of ondercorrectie. Dit komt voor in ongeveer 2% van de gevallen. Dan gaan we, indien dit nodig is,  beslissen om eventueel wat bij te laseren.
  • De andere mogelijke risico’s zijn zeer klein, maar zeker nooit nul:
    • Verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid
      Net na een ooglaserbehandeling zien we bij ongeveer 5 % van de behandelde patiënten lichtflitsen (starbursting) of halo’s en dit vooral ’s nachts. Dit fenomeen verdwijnt bij de meeste patiënten op enkele maanden tijd.
      Dit wordt gedeeltelijk veroorzaakt door een wijde pupil. Om deze redenen kan uw oogarts u soms deze ingreep afraden, als hij meent dat u te grote pupillen heeft.
      Vermindering van de contrastgevoeligheid kan soms de reden zijn dat patiënten vinden dat ze ’s nachts minder goed zien dan vroeger. Hierbij is er een verminderde gevoeligheid van het oog voor licht in minder goede lichtomstandigheden. Beide fenomenen, verblindingsverschijnselen en verminderde contrastgevoeligheid, komen meer voor bij patiënten met grotere afwijkingen en met grotere pupilopening. Met de nieuwste lasers, zoals de MEL 90, kan men echter grotere afwijkingen behandelen zonder het risico op deze nevenwerkingen te verhogen, dankzij de geavanceerde ablatieprofielen waarvan de laser gebruik maakt.

      Verlies aan best mogelijke visus
      Na een ooglaserbehandeling kan de best mogelijke gezichtsscherpte wat gedaald zijn. Dit wil zeggen dat men bijvoorbeeld iets dichter bij de borden op de autoweg moet komen om de tekst te kunnen lezen. Meestal gaat het slechts om een kleine daling in de gezichtsscherpte, die de patiënt weinig last berokkend. Dit komt voor bij 1 % van de behandelingen.

      Infecties
      Dikwijls denken de patiënten dat dit de meest voorkomende complicatie is. In werkelijkheid is de kans op infectie zeer klein. Statistisch is dit 1 op 5000. In vergelijking: mensen met zachte contactlenzen hebben een kans van 1 op 3000 en dit elk jaar opnieuw. Ernstige contactlensinfectie kunnen blijvende schade aan het hoornvlies hebben tot gevolg. Bij autorijden hebt u een statistische kans van 1 op 150 op een ongeluk en dit ook elk jaar opnieuw.
      Het risico moet dan ook niet overdreven worden, maar men mag het lot dan ook niet uitdagen. De patiënt dient zich nauwgezet aan de instructies van de behandelende geneesheer te houden. Men dient de antibioticadruppels na de operatie in te druppelen, men mag gedurende een drietal weken niet wrijven in de ogen, men mag niet gaan zwemmen gedurende een zelfde periode. Indien men toch een rood oog zou krijgen, dient zo snel mogelijk de behandelende oogarts geraadpleegd te worden.

      Flapcomplicaties (LASIK)
      Flapcomplicaties zijn eigen aan de LASIK techniek en komen niet voor bij PRK.
      In de LASIK-techniek wordt een flapje gemaakt in het hoornvlies. Hierbij kunnen er een aantal dingen misgaan, maar in het algemeen betreft het oplosbare problemen, die zeer zeldzaam zijn geworden sinds we de flap kunnen maken met onze femtosecond laser.

      » Plooitjes
      Soms kunnen er plooien in de flap komen enkele dagen na de operatie. Indien deze plooien het zicht verminderen, kan de flap terug opengemaakt worden en de plooien gladgestreken worden.
      Plooien kunnen vermeden worden door de ogen gesloten te houden gedurende de eerste 2 à 3 uur na de ingreep. Ze worden immers veroorzaakt door de knipperbeweging van het oog. De flap wordt immers niet vastgenaaid en louter op zijn plaats gehouden door de zuigkracht van het endotheel van de cornea. Om de verankering te verkrijgen dient men dus best zo weinig mogelijk te knipperen de eerste uren na de ingreep. Best is dus de ogen gesloten te houden.

      » Epitheliale ingroei
      Het epitheel is het bovenste deklaagje van het hoornvlies. Tijdens de LASIK-techniek wordt dit laagje bewaard, doch tijdens de helingsfase kunnen een aantal cellen vanuit de wondrand onder de flap doorgroeien. Dit komt voor bij 1 à 2% van de behandelingen. Meestal is dit zelflimiterend en dient er niets te gebeuren. Als de celletjes evenwel te centraal groeien, dienen ze verwijderd te worden. Dit gebeurt door de flap voorzichtig op te tillen en de ingegroeide cellen te verwijderen, of met de YAG laser deze cellen verdampen.
      Epitheliale ingroei is een probleem dat meer voorkomt bij heringrepen dan bij eerste ingrepen. Dit is te verklaren door de manier waarop de flap weer opengemaakt wordt bij een heringreep.

      » Flapverschuivingen
      Het verschuiven van de flap gebeurt zelden na de eerste 48 uur en is meestal te wijten aan het wrijven in het oog. Om deze redenen worden de patiënten geadviseerd om heel voorzichtig te zijn de eerste week na de ooglaserbehandeling. We raden vooral af om niet te wrijven in het oog en ’s nachts een beschermend schelpje te dragen. Mocht de flap dan toch verschuiven, dan merkt de patiënt dit aan een plotse daling in gezichtsscherpte. Het flapje kan terug gelegd worden, zonder blijvende gevolgen.

      » DLK of Sands of the Sahara : DLK
      Disseminated lamellar keratitis, is een steriele ontsteking van het gelaserde gedeelte van het hoornvlies en is een spoedgeval. Bij deze complicatie ervaart de patiënt een zichtsvermindering, het oog wordt rood en tranerig. Meestal is men lichtgevoelig en is er ook pijn. Deze gevallen, hoewel zeldzaam, vragen een dringende behandeling. In milde gevallen volstaat een aanpassing van de postoperatieve medicatie, in de ernstigere gevallen is het nodig om de flap los te maken en het gelaserde oppervlak rigoureus te spoelen, waarna de flap kan teruggeplaatst worden en een verdere medicamenteuze behandeling kan ingesteld worden.

      Droge ogen
      Na een ooglaserbehandeling is de tranenfilm dikwijls wat verstoord, zodat het oog onvoldoende bevochtigd wordt. Dit geeft aanleiding tot een schurend gevoel, met mogelijks wat minder goede zicht. Dit houdt meestal slechts enkele weken aan, waarna de tranenfilm zich weer hersteld. Om deze reden wordt de patiënt aangeraden in de beginperiode na de ingreep, veelvuldig kunsttranen te druppelen.

Hoe kan ik hiervoor een afspraak vastleggen?

Hiervoor ga je naar het tabblad ‘Vind een Chirurg’ en maak je een afspraak. Hij/zij zal dan verder kijken of je in aanmerking komt, en je verder begeleiden.